{short description of image}
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
Naar beneden
{short description of image} ISLAM VOOR KINDEREN
 NIVEAU A
{short description of image}
De Heilige Koran

Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
 

Transcriptie en Nederlandse vertaling
van de Arabische tekst van enkele hoofdstukken van de Heilige Koran

Hoofdstuk 1 AL FATIHAH
(DE OPENING)
Geopenbaard te Mekka

 

Bismillahir Rahmanir Rahiem

 

In1 naam van Allah2, de Weldadige, de Genadige3

 

1

Alhamdoe lillahi Rabbil 'alamien.

Geprezen zij Allah, de Heer4 der werelden5,

1

2

Ar Rahmanir Rahiem.

De Weldadige, de Genadige.

2 

3

Maaliki jaumid dien

Meester6 van de dag der Vergelding7.

3 

4

Iyyaka na'boedoe wa iyyaka nasta'ien.

U dienen wij en U smeken wij om hulp8.

4 

5

Ihdinas siratal moestaqiem

Leid ons op9 het juiste pad,

5 

6

Siratal laziena an'amta 'alaihim.

Het pad van hen aan wie U gunsten10heeft geschonken,

6 

7

Ghairil maghdoebi 'alaihim walad daallien.

Niet van hen op wie toorn is neergedaald, noch van hen die dwalen11.

7 

         

Hoofdstuk 105 AL FIEL
(DE OLIFANT)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Alam tara kaifa fa'ala Rabboeka bi ashabil fiel.   Heeft U niet gezien hoe uw Heer met de bezitters van de olifant heeft gehandeld?  1
 2 Alam jadj'al kaidahoem fie tadliel.   Heeft Hij hun oorlog niet op een verwarring doen uitlopen,  2
 3 Wa arsala 'alaihim tairan ababiel.   En vogels in vluchten neerge-
zonden [om] op hen [te azen],
 3
 4 Tarmiehim bihidjaratim min sidjdjiel.   Harde stenen op hen werpende,  4
 5 Fa dja'alahoem ka'asfimma'koel.   En Hij heeft hen als afgegeten stro gemaakt?  5
         
Hoofdstuk 106 AL QOEREISJ
(DE QOEREISJIETEN)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Li ielafi Qoeraisj.   Ter bescherming van de Qoereisjieten  1
 2 Ielafihim rilatasj sjita'i wassaif.   Hun bescherming gedurende hun reis in de winter en in de zomer.  2
 3 Fal ja'boedoe Rabba hazal bait.   En laten zij de Heer van dit Huis dienen,  3
 4 Allazie at'amahoem min djoe 'inw wa amanahoem min gauf.   Die hun van voedsel tegen de honger voorzien en hun zekerheid tegen vrees gegeven heeft.  4
         
Hoofdstuk 107 AL MA'OEN
(DADEN VAN VRIENDELIJKHEID)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Ara'aital lazie joekazziboe biddien.   Hebt u hem gezien, die de godsdienst een leugen noemt?  1
 2 Fazali kallazie jadoe' 'oel jatiem.   Dat is degene die de wees hard behandelt,  2
 3 Wala jahoeddoe 'ala ta'amil miskien.   En niet aanspoort om de arme te spijzigen.  3
 4 Fawailoel lil moesallien.   Derhalve, wee over de biddenden,  4
 5 Allaziena hoem 'analatihim sahoen.   Die achteloos zijn in hun gebeden,  5
 6 Allaziena hoem joera'oen.   Die [het goede] doen om gezien te worden,  6
 7 Wa jamna 'oenal ma'oen.   En zich onthouden van daden van vriendelijkheid.  7
         
Hoofdstuk 108 AL KAUTSAR
(DE OVERVLOED VAN HET GOEDE)
Geopenbaard te Mekka
   Bismillahir Rahmanir Rahiem    In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Inna a'taina kal kausar.   Voorzeker, Wij hebben u over
vloed van het goede gegeven.
 1
 2 Faalli li Rabbika wanar.   Derhalve, bid tot uw Heer en breng een offer,  2
 3 Inna sjani'aka hoewal abtar.   Voorzeker, uw vijand is afgesneden van het goede.  3
         
Hoofdstuk 109 AL KAFIROEN
(DE ONGELOVIGEN)
Geopenbaard te Mekka
   Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Qoel ja ajjoehal kafiroen.   Zeg: O ongelovigen,  1
 2 La a'boedoe ma ta'boedoen.   Ik dien niet wat u dient,  2
 3 Wa la antoem 'abidoena ma a'boed.   Noch dient u Hem, Die ik dien,  3
 4 Wa la ana 'abidoem ma 'abattoem.   Noch zal ik dienen wat u dient.  4
 5 Wa la antoem 'abidoena ma a'boed.   Noch dient u Hem, Die ik dien.  5
 6 Lakoem dienoekoem waliya dien.   U zult uw vergelding hebben en ik zal mijn vergelding hebben.  6
         
Hoofdstuk 110 AN NASR
(DE HULP)
Geopenbaard te Mekka
   Bismillahir Rahmanir Rahiem    In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Iza dja'a nasroellahi wal fath.   Wanneer de hulp van Allah en de overwinning komen,  1
 2 Wa ra aitan nasa jadgoeloena fie dienillahi afwadja   En u de mensen bij scharen de godsdienst van Allah ziet binnentreden,  2
 3 Fasabbih biamdi Rabbika was taghfirh. Innahoe kana taw waba.   Verheerlijk dan de lof van uw Heer, en vraag Zijn bescherming. Voorzeker, Hij keert veelvuldig terug [tot genade].  3
         
Hoofdstuk 111 AL LAHAB
(DE VLAM)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Tabbat jada Abie Lahabinw wa tabb.   Aboe Lahab's beide handen zullen vergaan, en hij zal vergaan.  1
 2 Ma aghna 'anhoe maloehoe wa ma kasab.   Zijn vermogen en wat hij verdient, zullen hem niet baten.  2
 3 Sajasla naran zata Lahab.   Hij zal in een vlammende vuur branden,  3
 4 Wamra atoeh. Hamma latal hatab.   En zijn vrouw , de draagster van laster,  4
 5 Fie djie diha habloem mim masad.   Om haar hals een strop van stevig gevlochten koord.  5
         
Hoofdstuk 112 AL ICHLAAS
(DE EENHEID)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Qoel hoewallahoe Ahad.   Zeg: Hij, Allah, is Eén  1
 2 Allahoe samad   Allah is Hij van Wie alles afhangt.  2
 3 Lam jalid wa lam joelad.   Hij baart niet, noch is Hij gebaard.  3
 4 Wa lam jakoel lahoe koefoewan ahad.   En niets is gelijk aan Hem.  4
         
Hoofdstuk 113 AL FALAQ
(DE DAGERAAD)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Qoel a'oezoe bi Rabbil falaq.   Zeg: Ik zoek een toevlucht bij de Heer van de dageraad,  1
 2 Min sjarri ma galaq.   Tegen het kwaad van wat hij geschapen heeft,  2
 3 Wa min sjarri ghasiqin iza waqab.   En tegen het kwaad van de volslagen duistere nacht, wanneer die komt,  3
 4 Wa min sjarrin naffasati fil 'oeqad.   En tegen het kwaad van degenen, die boze inblazingen in vaste besluiten werpen,  4
 5 Wa min sjarri hasidin iza hasad.   En tegen het kwaad van de afgunstige, wanneer hij benijdt.  5
         
Hoofdstuk 114 AN NAAS
(DE MENSEN)
Geopenbaard te Mekka
  Bismillahir Rahmanir Rahiem   In de naam van Allah, de Weldadige, de Genadige  
 1 Qoel a'oezoe bi Rabbin naas.   Zeg: Ik zoek een toevlucht bij de Heer der mensen,  1
 2 Malikin naas.   De Koning der mensen,  2
 3 Ilahin naas.   De God der mensen,  3
 4 Min sjarril waswasil gannaas.   Tegen het kwaad van de influis-
teringen van de sluipende [duivel],
 4
 5 Allazie joe waswisoe fie soedoerin naas.   Die de harten van de mensen influistert,  5
 6 Minal djinnati wan naas.   Uit het midden van de djinn en de mensen.  6
         
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
 Naar hoofdstuk
1-105-106-107
108-109-110-111
112-113-114
Terug naar menu Kinderen
Terug naar Hoofdmenu
Naar boven
Naar Niveau B
{short description of image}