|
|
De betekenis
van
Salaat-oen-Nabie
of Daroed
|
|
|
|
|
|
|
Door Dr
Zahid Aziz Vertaald
door R.
Ghafoerkhan Copyright: Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam |
“En toen zijn Heer Abraham beproefde met zekere
bevelen, vervulde hij ze. Hij zei: Ik zal u zekerlijk tot een leider van de
mensheid maken. Hij zei: En van mijn nakomelingen? Hij zei: Mijn verbond
omvat de slechtdoeners niet.” (De Heilige Koran, 2:124) “En toen Abraham zei: Mijn Heer, maak deze stad
veilig, en behoed mij en mijn zonen voor het aanbidden van afgoden. Mijn
Heer, waarlijk, zij hebben vele mensen laten dwalen. Derhalve, wie mij volgt,
hij behoort zekerlijk tot mij; en wij mij niet gehoorzaam is, dan waarlijk, U
bent Vergevend, Genadig.” (De Heilige Koran, 14:36) Ik zal spoedig terugkomen op een
uitleg van deze zojuist aangehaalde verzen. Laat mij hiervóór het welbekende
gebed, dat aan de moslims wordt onderwezen, voorlezen, dat in het Oerdoe en
het Perzisch bekend staat als de Daroed
(ﺩﻭﺮﺪ) en in het Arabisch als Salaat
oen-Nabie (ﻰﺒﻧﻠﺍ
ﺓﻼﺼ): “O Allâh, verhef Mohammed en de ware volgelingen
van Mohammed, zoals U Abraham en de ware volgelingen van Abraham verhief, U
bent de Geprezene, de Verheerlijkte. O Allâh, zegen Mohammed en de ware volgelingen van
Mohammed, zoals U Abraham en de ware volgelingen van Abraham verhief, U bent
de Geprezene, de Verheerlijkte.” De moslims reciteren de woorden
van dit gebed in het Arabisch zowel binnen het stel van de dagelijkse gebeden
als bij andere gelegenheden, en men gelooft dat deze een bron van zegeningen
zijn. Maar helaas, de moslims in het algemeen zijn zich of niet bewust van
wat de Arabische woorden van het gebed betekenen, of wanneer zij de betekenis
kennen, dan zijn zij zich niet bewust van wat de “verheffing” en “zegen” is,
die zij vragen om aan de Heilige Profeet Mohammed en zijn volgelingen te
schenken, welke ook geschonken werd aan Abraham en zijn volgelingen. De bijbel vermeldt de beloftes
van verheffing en zegen die God gaf aan Abraham en zijn nageslacht als volgt.
God zei tot Abraham: “Ik zal u tot een grote natie maken, en Ik zal u
zegenen, en uw naam groot maken, zodat u een zegen zult zijn. Ik zal degenen
zegenen die u zegenen ... en door u zullen alle families van de aarde zichzelf
zegenen.” (Genesis, 12:2-3) “U zult de vader zijn van een menigte van naties
... Ik zal u tot naties maken, en koningen zullen uit u voortkomen.”
(Genesis, 17:4, 6) “Ik zal u voorzeker zegenen, en uw afstammelingen
vermenigvuldigen als de sterren aan de hemel en als de zandkorrels die aan de
zeeoever zijn ... En door uw afstammelingen zullen alle naties van de wereld
zichzelf zegenen.” (Genesis, 22:17-18) Helaas beschouwen de volgelingen
van de bijbel, dat wil zeggen, de joden en de christenen – waarbij de eerste
groep de afstammelingen zijn van Abraham via Izaak en Jakob, en de tweede
groep ontstaan is uit de joden – dat deze belofte onvoorwaardelijk is.
Hun opvatting was dat hoe zij zich ook gedroegen, goed of slecht, zij zouden
toch grote en gezegende naties zijn, omdat zij afstammelingen waren van
Abraham. Maar de Heilige Koran brengt deze belofte op een andere wijze, zoals
in het vers dat aan het begin van de goetba werd aangehaald. Toen Abraham aan
God vroeg over zijn nakomelingen, toen zei God: Mijn belofte omvat en strekt
zich niet uit tot de slechtdoeners. Ook volgens een ander vers in de
Heilige Koran, zoals hierboven aangehaald, bad Abraham tot God als volgt: “Derhalve, wie mij volgt, hij behoort zekerlijk tot
mij; en wie mij niet gehoorzaam is, dan waarlijk, U bent Vergevend, Genadig.”
(De Heilige Koran, 14:36) Twee punten worden hier gesteld: 1. Wie ook
het pad van Abraham volgt, behoort “tot hem” of zijn nageslacht, nazaat of
nakomelingenschap. Hetzelfde is op elke andere geestelijke leider van
toepassing. Het is niet louter via een fysieke afstamming, maar door het
volgen van hun pad dat u hun werkelijke afstammelingen wordt. Dit is een
groot en diep beginsel dat de islam onthult, en indien wij dit in gedachten
houden, dan kan het ons vele malen behoeden de verkeerde kant op te gaan. 2. Wat
betreft degenen die Abraham niet gehoorzaam zijn of hem niet volgen, bidt hij
om vergiffenis voor hen. Dit leert ons om steeds tot Allâh te bidden om
vergiffenis en genade te tonen aan de verwerpers van de waarheid door hen
binnen de schoot van de waarheid te brengen. Na Abraham, naarmate de tijd
lang genoeg verstreek, ontstonden er twee grote godsdiensten onder de
volgelingen van de bijbel: de joodse en christelijke godsdiensten. Maar beide
weken af, en gingen in werkelijkheid tegen het pad van Abraham in, terwijl
zij zichzelf beschouwden als de gezegende naties die uit hem ontsprongen. De joodse godsdienst werd een
godsdienst van alleen riten en rituelen, zodat de priesters en de massa zich
vasthielden aan de letter van de religieuze leringen, maar de ware geest
kwijt raakten. Zij verloren de geest van het opofferen van iemands
verlangens, hetgeen Abraham liet zien, en waarom hij inderdaad befaamd is.
Zij werden dus een moreel vervallen volk, terwijl zij zich hoogst onbuigzaam
vasthielden aan de letter van de religie. De christelijke godsdienst
ontwierp verkeerde opvattingen omtrent God, waarbij zij een sterfelijke Jezus
tot een deel van God maakten, hiermee tegen de Eenheid van God ingaande, die
zo dierbaar was voor Abraham en welke hij zo vurig predikte, en de
leerstelling verzonnen dat uw zonden vergeven worden als u gelooft dat Jezus
stierf voor uw zonden. Het was Abraham’s geloof dat de enige manier om uw
zonden te laten vergeven het leiden van een rechtschapen leven is met het
geloof in Eén God. Hoe kunnen dezen naties dan de
gezegende erfgenamen van Abraham zijn, wanneer zij tegen zijn leringen
ingaan? Dit is waarom God vervolgens de
Heilige Profeet Mohammed opwekte, uit de afstammelingen van Abraham via
Ismaël, teneinde de door Abraham onderwezen leringen te doen herleven. Dat
wil zeggen, het geloof in Eén God, het opofferen van uw lage begeerten
teneinde God te bereiken, en het leiden van een rechtschapen leven. Afgezien van het doen herleven
van de geloofspunten van Abraham, verrees de islam ook in de stoffelijke en
materiële zin op een plaats, Mekka, welke fundamenten door Abraham werden
gelegd, en de islam maakte de Ka’bah, die uit een vervallen toestand door
Abraham werd herbouwd, als haar religieuze centrum. Bovendien stelde de islam
de herdenking aan het voorval van Abraham’s offerdaad in, wat tijdens de Hadj
wordt uitgevoerd en door alle moslims over de hele wereld. Dit laat zien dat het de
moslimnatie is die de erfgenaam is van Abraham, en het is via deze natie dat
de door God aan Abraham gegeven belofte wordt vervuld, namelijk, “Ik zal van
u een grote natie maken en zal degenen zegenen die u zegenen, en door uw
afstammelingen zullen alle naties van de wereld zichzelf zegenenen”. De betekenis van het Daroed gebed,
of Salaat oen-Nabie, is dat wij bidden dat de belofte van de
zegeningen van God die tot Abraham en zijn volgelingen kwamen, vervuld worden
via de Heilige Profeet Mohammed en zijn volgelingen. Maar wij moeten ervoor waken dat
wij door het louter op een symbolische manier kopiëren van Abraham’s offer,
of alleen door op Hadj te gaan naar de plaats die met Abraham wordt
geassocieerd en de uiterlijke rituelen uit te voeren, wij niet zijn
erfgenamen en de erfgenamen van de beloofde zegeningen worden. Om de werkelijke erfgenamen van
Abraham te zijn, om waardig te zijn de beloofde zegeningen te erven, moeten
wij van onze eigen begeerten offers brengen, net zoals Abraham dat deed,
hetgeen gedaan moet worden om een hoger doel te bereiken. Dit is waarom onze Daroed
verwoord is in de vorm van een gebed: “O Allâh, verhef, ... O Allâh, zegen
...”, zodat wij ons realiseren dat het een doel is waarvoor wij moeten werken
en bidden. Het wordt de moslims niet geleerd om deze zegeningen te
beschouwen als iets dat God hen garandeert, ongeacht hun gedrag, hoewel het
waar is dat de volgelingen van de Profeet Mohammed voorbestemd zijn om die
zegeningen te erven. Aan Abraham werd beloofd, in de
woorden van de Heilige Koran, dat hij tot “een leider voor de mensheid” zou
worden gemaakt. Wat betekent dat? Hij was door God uitgekozen als een
voorbeeld vanwege zijn bereidheid datgene op te offeren op de weg van God wat
hij het meest liefhad. Wanneer zijn erfgenamen leiders zullen moeten worden
van de gehele mensheid, dan zullen zij op dezelfde manier datzelfde voorbeeld
van zelfopoffering moeten stellen. Volgens de islam is een leider niet iemand
die alleen macht heeft en orders uitdeelt. Een leider is iemand die zelf het
hoogste voorbeeld stelt, waarvan hij van anderen wenst of verlangt dit te
doen, en de mensen volgen dan zijn voorbeeld. Dit was de soort leider die de
Heilige Profeet Mohammed was; iemand die als zijn handelingen en leven als
een voorbeeld achterliet. De islam wenst dat de moslims deze soort van leiderschap
over de naties bezit. De belofte bevat ook dat er uit
Abraham een “grote” natie wordt gemaakt. Wat is een grote natie? Volgens de
Koran is het niet één die over de meeste landen regeert, het grootste rijk
heeft, de meeste rijkdommen en hulpbronnen bezit, of het meest machtig is in
wapens en krijgsmachten, maar de grootste natie is die, welke de waarheid,
goedheid en rechtvaardigheid meer dan wie ook hooghoudt. Hier zal ik een vraag
behandelen, die verband houdt met de Daroed en die wel eens wordt
gesteld. De vraag luidt: Aangezien de Heilige Profeet de grootste van alle
profeten is in rang en status, waarom bidden wij moslims dat Allâh zegeningen
aan hem en aan zijn volgelingen moge schenken, die reeds geschonken waren aan
Abraham en zijn volgelingen? Zeggen wij dat Abraham een hogere rang heeft dan
Mohammed, en bidden wij dat de Heilige Profeet diezelfde rang en status
bereikt? Het antwoord is dat de woorden
van de Daroed, “zoals u Abraham en de ware volgelingen van Abraham
verhief”, en ,” zoals u Abraham en de ware volgelingen van Abraham zegende”, niet
verwijzen naar enige verheffing of zegeningen die daadwerkelijk in volledige
mate door Abraham en zijn volgelingen werden verkregen vóór de tijd van de
Heilige Profeet, zodat wij zouden kunnen zeggen dat wij bidden om
hetzelfde, wat nu aan de Heilige Profeet en aan zijn volgelingen moet worden
gegeven. Veeleer was dit een belofte die God deed aan Abraham met betrekking
tot de toekomst. Die belofte is op slechts zeer gedeeltelijke wijze vervuld via
de Israëlitische profeten en koningen in de bijbel die na Abraham kwamen, en
tegen de tijd dat de Heilige Profeet opstond, hadden de volgelingen van de
bijbel al die zegeningen verloren als gevolg van het compleet afwijken van de
leringen van Abraham. Vandaar dat de belofte aan Abraham en zijn volgelingen
voorbestemd was om bewaarheid te worden via de Heilige Profeet Mohammed en
zijn volgelingen: dat er over de hele wereld grote naties zullen zijn die
Abraham’s boodschap volgen, hem zegenen, en die door zijn naam groot zullen
worden gemaakt. De Daroed is dus een gebed om te zeggen: moge de
beloftes de God heeft gedaan aan Abraham tot vervulling komen op de meest
volledige en complete wijze via de Heilige Profeet Mohammed en zijn
volgelingen. Daroed en het
missiewerk van onze Beweging. Als tweede betekent het,
aangezien wij in de Daroed bidden dat de Heilige Profeet Mohammed
verheven en gezegend wordt, dat wij ook naar dit doel moet toewerken. Om de
Heilige Profeet verheven op de wereld te laten zijn, is het absoluut vereist
om hard te strijden om een waar beeld van zijn nobele leven en karakter te
presenteren, in het bijzonder om een tegenaanval te leveren tegen het valse
beeld dat men aantreft in de vijandige Westerse geschriften, alsook in
bepaalde moslimboeken, geschreven door dwaze vrienden. Slechts dan zal het
beeld van de Heilige Profeet, en tezamen met hem dat van zijn volgelingen,
hoog opstijgen of verheffen op de wereld. Slechts dan zullen de mensen zich
realiseren wat een grote zegening hij voor de wereld was, en zij zullen hun
zegeningen naar hem zenden. Alleen maar met het herhalen van
de Daroed in woorden, zonder enige handeling die de verheffing en
zegen teweegbrengt waarvoor men bidt, kan niets worden bereikt. ■ |
|