|
|
Lessen van de Bedevaart en Ied al-Adha De mensheid teruggeroepen naar de oorspronkelijke,
eenvoudige geloofsopvattingen
|
|
|
|
|
|
|
Door Dr
Zahid Aziz Vertaald
door R.
Ghafoerkhan Copyright: Stichting Ahmadiyya Isha’at-i-Islam |
Inleiding Zeg: Allâh spreekt de waarheid; volg dus de religie
van Abraham, de oprechte. En hij was niet van de polytheïsten. Zekerlijk, het
eerste huis aangewezen voor de mensheid is dat te Bakkah (Mekka), gezegend en
een leiding voor de volkeren. Daarin zijn duidelijke
tekenen: de plaats van Abraham; en wie het binnengaat, is veilig: en de
Bedevaart naar het huis is een plicht die de mensen aan Allâh verschuldigd
zijn – wie de weg daarheen kan vinden.” (De Qur'ân, 3:94-96) De Heilige Qur'ân vertelt ons
hier dat de Ka`bah het eerste Huis van aanbidding op aarde was dat de mens
heeft gebouwd. Ook historische bewijzen getuigen ervan dat dit Huis vanaf de
oudste tijden tot waar wij kunnen teruggaan, had bestaan, en dat het
jaarlijks door mensen werd bezocht en als heilig werd beschouwd. De islam
heeft dus als haar centrale heiligdom niet een plaats gekozen die op zichzelf
van historisch belang is (en er zijn talloze van zulke plaatsen), maar een
die van betekenis is in de geschiedenis van de religie van de mensheid
– waar de mens voor het eerst een huis van aanbidding bouwde. Op gelijke
wijze heeft de islam in essentie de oude bedevaart naar de Ka`bah
geaccepteerd, en heeft niet een of ander geheel nieuwe ceremonie ingesteld. Dit laat duidelijk zien dat de
islam de aandacht wenst te vestigen op het begin en de wortels van de religie
en haar oorspronkelijke beginselen. Naarmate de mensheid zich verder
ontwikkelde en aparte volkeren verschenen, stonden er verschillende profeten
op in elk volk die meer gedetailleerde religieuze leringen overbrachten,
specifiek toegepast op lokale omstandigheden. Naarmate de tijd verstreek en
deze religiën zich onafhankelijk ontwikkelden, en steeds meer door de eigen
gedachten van de mens werden geïnterpreteerd, gingen zij uiteen zowel wat
betreft de basisbeginselen als hun wortel. Ten einde deze uiteengegane
religiën opnieuw te laten samenkomen, zond de Goddelijke wijsheid derhalve
het laatste geloof naar de plaats die de eerste was waar een religieus
monument was gebouwd, om de mensheid terug te roepen naar de oorspronkelijke
beginselen van de religie – de eenvoudige fundamenten die verloren waren
gegaan in een mistige doolhof van details van religieuze doctrines,
ceremoniën en controverses. De Qur'ân spreekt van de
mensheid (an-nâs) wanneer het de bedevaart behandelt, en niet
slechts van gelovigen of moslims. Bijvoorbeeld: “De
Bedevaart naar het Huis is een plicht die de mensen aan Allâh
verschuldigd zijn.” (3:96) “Verkondig
de Bedevaart aan de mensen: zij zullen te voet en op iedere magere
kameel naar u toe komen, komende van iedere verre weg.” (22:27) Er is hier natuurlijk een
profetie dat alle mensen van alle naties en religiën zich bij de islam zullen
aansluiten en naar de Bedevaart zullen gaan. Maar de Qur'ân spreekt alle
mensen aan, omdat de Ka`bah daar is waar de mensheid de religie voor het
eerst ontving, en daarom wordt de mensheid teruggeroepen om zich te verenigen
rondom het oorspronkelijke, eenvoudige geloof. Abraham en de joodse en
christelijke geloofspunten. Afgezien van dat de Qur'ân de
mensheid in het algemeen aanspreekt door de Ka`bah als het moslimse
religieuze centrum te vestigen en de oude Bedevaart als een van haar zuilen
in te stellen, spreekt het ook specifiek de joden en de christenen aan, en
roept hen op om zich te verenigen rondom de oorspronkelijke beginselen van
hun religiën. Want Abraham, die de Ka`bah herbouwde vanuit een vervallen
toestand en met wie de meeste van de ceremoniën en kenmerken van de Bedevaart
begonnen, is een figuur die zowel door joden als door christenen wordt
geaccepteerd. Het was ver na de tijd van
Abraham toen Mozes opstond, die de Israëlitische religieuze wet stichtte en
de basis legde van de geloofspunten en gebruiken die de joodse religie
vormgeven. Toen in de loop van de tijd de volgelingen van deze wet zijn ware
doel en opzet vergaten, waarbij zij slechts in letter vasthielden aan het in
navolgen ervan, op een hypocriete manier, en het verbasterden naar hun eigen
grillen, zond God vervolgens Jezus om de ware geest des geloofs te doen
opleven, en te tonen hoe de mens de nabijheid tot God kon bereiken. Hij werd
goeddeels door de joden verworpen. De latere generaties van Jezus’
volgelingen interpreteerden zelf zijn lering en de metaforische taal die hij
gebruikte om de menselijke relatie met God uit te drukken, verkeerd. Dit
leidde hen ertoe de navolging van de Goddelijke wet geheel en al te
verwerpen, en de geloofsopvatting uit te vinden dat Jezus de zoon van God
was, die gekomen was om te boeten voor de zonde van de mensheid van het zich
niet vasthouden aan de Goddelijke geboden, en dat de mens verlossing ontving
door louter een geloof in zijn dood. Aldus kwam de christelijke religie in
bestaan. Er waren dus twee tegenover elkaar staande religiën met tegenstrijdige
leerstellingen: verlossing door star vast te houden aan de letter van de wet,
en verlossing door een geloof in alleen Jezus. De Qur'ân doet een beroep op
deze twee geloven om even stil te staan en hun gemeenschappelijk oorsprong te
overdenken. Het vertelt hen dat Abraham, de grote leraar die deze twee
religiën voorafging, verlossing bereikte door eenvoudige onderwerping aan de
Ene God en het in praktijk brengen van deugdzaamheid. Noch volgde hij enige
strenge, gedetailleerde religieuze wet, noch verliet hij zich louter op een
geloof in verlossing via de tussenkomst van iemand anders. Zoals de Qur'ân
zegt: “Abraham was geen jood, noch een christen, maar hij
was een oprecht mens, iemand die zich aan God onderwierp, en niet iemand die
anderen als goden nam.” (3:66) Met andere woorden, de
specifieke leringen die heden geassocieerd worden met de namen jood en
christen waren onbekend voor Abraham. Hij volgde de eenvoudige, ruime
beginselen van de religie. De Qur'ân zegt: “Wie heeft een betere religie
dan hij, die zichzelf geheel en al aan God onderwerpt, terwijl hij goed doet
tegenover anderen, en het geloof van Abraham volgt, de oprechte. En God nam
Abraham als vriend.” (4:125) De betekenis van onderwerping
aan God. “Zich geheel en al aan God
onderwerpen” betekent dat men bij alles wat men doet alle lagere, egoïstische
verlangens opgeeft, en met hart en ziel het moeilijke pad volgt dat God heeft
voorgeschreven. Het betekent dat wanneer wereldse overwegingen en onze lagere
verlangens ons één pad wijzen, en de leiding van het geloof ons een ander pad
wijst, wij dan het eerste verwerpen en het tweede volgen. Het is precies
datgene waaraan wij trouw zweren wanneer wij de bai`at afleggen om bij
deze Beweging aan te sluiten: Ik zal de religie boven de wereld stellen. Onderwerping aan God betekent niet
het in acht nemen van regels en regelgevingen op een puur mechanische manier,
naar de letter, en tegelijkertijd vasthouden aan je eigen verkeerde
verlangens. Onderwerping aan God betekent ook geen fatalisme, of zich
overgeven aan omstandigheden die ons overvallen, en passief zijn, bewerende
dat het Gods wil is. Er is ook zoiets wat men hypocritische fatalisme kan
noemen, wat men vaak ziet, waarbij wij alle middelen, eerlijke en oneerlijke,
aanwenden om een gewenst doel te bereiken, en wij niet één moment denken aan
goed of slecht, maar indien wij mochten falen in onze pogingen, dan beweren
wij dat wij ons aan God onderwerpen door Zijn oordeel te aanvaarden.
Onderwierpen wij ons aan God toen wij onwettige en gewetenloze middelen
gebruikten om te bemachtigen wat wij wilden? Onderwerping aan God sluit een
bewuste strijd in om onze lage verlangens te overwinnen, en datgene te volgen
wat wij als het rechte pad kennen. De eenvoudige geloofsbeginselen. De eenvoudige geloofsbeginselen
die Abraham volgde waren dus onderwerping aan God en het doen van het goede
tegenover anderen. Hierdoor werd hij verheven tot de positie van vriend van
God, zoals in 4:125 hierboven gesteld. En dit waren de beginselen die de
islam kwam rechtzetten, en waartoe het de joden en christenen (en anderen)
uitnodigde, als de voorschriften die hun eigen geëerde stichters volgden. De
Bedevaart is een rechtzetting van de oorspronkelijke beginselen van de
religie, van een eenvoudige toewijding aan God, en het is een oproep aan de
mensheid om latere religieuze verschillen aan de kant te zetten en terug te
keren naar het oorspronkelijke doel van de religie. De islam verlangt niet van de
mensen van andere geloven om geloofsopvattingen te accepteren die geheel
nieuw en zonder precedent zijn, en vreemd zijn aan hun tradities. Dat is
hetgeen het christendom, zoals het wordt gepredikt, de mensen vraagt te
accepteren, namelijk dat Jezus stierf voor hun zonden. Dat is geen beginsel,
omdat het in de eerste plaats niet gevolgd kon worden door degenen die
leefden voor de tijd van Jezus. Het is de hierboven beschreven eenvoudige beginselen
die het pad naar verlossing is, en altijd is geweest. De Qur'ân vertelt ons
dat zowel de joden als de christenen beweren dat niemand behalve een jood of
een christen verlossing zal bereiken. Het verwerpt deze grondeloze aanspraak,
zeggende: “Nee, wie zich geheel en al aan God onderwerpt en
goed doet tegenover anderen, hij heeft zijn beloning van zijn Heer, en er is
geen vrees voor zulke mensen, noch zullen zij treuren.” (2:112) Dit is het hele probleem van de
religie en haar eenvoudige geest. Zowel de joden als de christenen maakten
van de religie een moeilijk te hanteren zaak: de joden met hun angstvallig
nauwkeurige, gedetailleerde wet, die in de letter moest worden gevolgd; de
christenen met hun verwarrende, onbevattelijke verklaringen van hoe God één
kan zijn en tegelijkertijd drie, en hoe Jezus mens was en tegelijkertijd God. Spijtig genoeg hebben de moslims
van latere tijden de religie tot een zwaardrukkende, gecompliceerde zaak
gemaakt, gekenmerkt door onbetekenende details en doelloze controverses. Toen stond de Hervormer van dit
tijdperk op en vestigde de aandacht op de eenvoud en de ware innerlijke geest
van het geloof. Dit is een kenmerk van de
Bedevaart waaraan de moslims over de hele wereld ook deelnemen. De Qur'ân
zegt met betrekking tot de geofferde dieren: “Niet hun vlees, noch hun bloed, bereikt God, maar
wat Hem bereikt is uw rechtschapenheid en plichtsvervulling.” (22:37) Hazrat Mirza Ghulam Ahmad legt
dit uit door te zeggen dat het ware offer niet dat van een dier is die wordt
geslacht, maar van de dierlijke verlangens van de persoon die de offerdaad
verricht. Maulana Muhammad Ali hield in zijn goetba’s de mensen bij deze Ied
altijd voor dat het werkelijke offer door een individu bij deze gelegenheid
het voorgoed opgeven van een slechte gewoonte is. Indien wij zijn advies ter
harte zouden nemen, wat zal er dan over enkele jaren van ons worden! Hazrat Mirza heeft vele malen
naar dit vers verwezen, om uit te leggen dat bij alle religieuze
verplichtingen, zoals het gebed etc., het niet de uiterlijke handeling is die
telt bij God, maar hoeveel rechtschapenheid u daaruit kunt leren. De Qur'ân
zegt: “U kunt geen rechtschapenheid bereiken, tenzij u
(op Gods weg) uitgeeft van wat u liefheeft.” (3:91) Wanneer wij dus de islamitische
verplichting vervullen van hetzij liefdadigheid of van het schenken van geld
voor de zaak van de islam, het ons alleen kan helpen wanneer wij ook afstand
doen van enkele van onze verlangens en dingen die wij koesteren, en niet
alleen maar van geld. U kunt God niet kopen met geld, u kunt Hem niet behagen
door Hem het vlees van een dier aan te bieden, u kunt hem niet vleien door
voor Hem neer te buigen en ter aarde te werpen en te zeggen ‘U bent de
Grootste’. U moet uzelf aanbieden, en een deel van uzelf offeren – dat is wat
God verlangt. Samenvattend, de boodschap van
de Bedevaart en deze Ied is dat de hele mensheid zich moet verenigen rondom
de beginselen van de religie die aan haar is geopenbaard, en als één
broederschap leven met gelijkheid voor allen. Maar dat is alleen mogelijk
door het offeren van onze dierlijke verlangens, die de oorzaak is van alle
tweedracht en vijandschap onder de mensen. ■ |
§
Abraham en de joodse en christelijke
geloofspunten §
De betekenis van onderwerping aan God §
De eenvoudige geloofsbeginselen §
Offeren |